NTFR 2016/3002 Voor het beogen van algemeen nut is geen gunstig maatschappelijk effect vereist

NTFR 2016/3002 Voor het beogen van algemeen nut is geen gunstig maatschappelijk effect vereist - Page 6

Het Hof heeft geoordeeld dat bij de door belanghebbende verrichte activiteiten primair de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers voorop staat, zodat het particuliere belang en niet rechtstreeks het algemeen nut wordt gediend. Hoogstens is mogelijk sprake van een gunstig maatschappelijk neveneffect van de activiteiten, aldus het Hof. De activiteiten zelf dienen naar ’s Hofs oordeel niet rechtstreeks het algemeen belang. Belanghebbende heeft bovendien de door haar gestelde positieve effecten op onder andere de (afname van de) criminaliteit, economische vooruitgang en de positieve ontwikkeling van de verkeersveiligheid naar ’s Hofs oordeel niet aannemelijk gemaakt.

Hire a custom writer who has experience.
It's time for you to submit amazing papers!


order now

Rechtsoverwegingen

Tegen dit oordeel richt zich het middel met onder meer een motiveringsklacht.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Artikel 5b, lid 1, aanhef en letter a, onder 1°, AWR vereist onder meer dat de desbetreffende instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Een instelling beoogt het algemeen nut als kan worden vastgesteld dat haar werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen nut als omschreven in artikel 5b, lid 3, AWR te dienen. Daarbij moet niet slechts worden gelet op de statutaire doelstelling van de instelling, maar ook op haar feitelijke werkzaamheden.

Het Hof is kennelijk, en in cassatie onbestreden, ervan uitgegaan dat belanghebbende volgens haar statutaire doelstelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. De door het Hof vastgestelde feiten laten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbendes activiteiten in ieder geval deels binnen haar statutaire doelstelling vallen. Tegen die achtergrond is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk ’s Hofs oordeel dat geen van belanghebbendes feitelijke activiteiten rechtstreeks erop is gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR genoemd algemeen nut te dienen. Daarbij verdient opmerking dat voor het beogen van het algemeen nut niet vereist is dat gunstige maatschappelijke effecten van de activiteiten van de instelling aannemelijk worden gemaakt. Het middel slaagt in zoverre.

Gelet op het in 2.4.3 overwogene kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek in volle omvang. Bij een bevestigende beantwoording van de vraag of de feitelijke activiteiten van belanghebbende ten minste deels gericht zijn op het dienen van het algemeen belang, zal het verwijzingshof zich moeten buigen over de vraag of aan het zogenoemde kwantitatieve criterium is voldaan, dat wil zeggen of het op het algemeen nut gerichte deel van de activiteiten ten minste 90 percent van haar totale activiteiten vormt.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Commentaar

Gelukkig heeft de Hoge Raad de eerdere uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2015, NTFR 2015/2637 (transcendente meditatie) hiermee herzien. Als de doelstelling van de statuten in het algemeen belang zijn en de feitelijke werkzaamheden daarmee overeenstemmen, zijn ook die in het algemeen belang. Daarom vindt de Hoge Raad de hofuitspraak onbegrijpelijk. Dit sluit aan bij r.o. 3.3.6 HR 13 januari 2012, nr. 10/03464, NTFR 2012/158 (woningstichting).

x

Hi!
I'm Ella

Would you like to get such a paper? How about receiving a customized one?

Check it out