Innovatie en ‘usure’ – de metafoor bij Ricoeur en Derrida

Innovatie en ‘usure’ – de metafoor bij Ricoeur en Derrida - Page 4

7 Ibid. 372.

Hire a custom writer who has experience.
It's time for you to submit amazing papers!


order now

8 ‘Le coup de maitre, ici, est d’entrer dans la metaphorique non par la porte de la naissance, mais, si j’ose dire, par la porte de la mort.’ Ibid., 362.

Het is inderdaad typisch dat Ricoeur nergens de vraag naar de dode metafoor oppakt. De dode, versleten metafoor is niet alleen voor de begrippen van de filosofie karakteristiek, omdat die vaak als metafoor worden geintroduceerd, maar ook voor het geheel van onze taal dat doortrokken is van dode metaforen. Onze taal is rijk aan dode metaforen. Ricoeur bespreekt ook nergens de implicaties van een interpretatie voor een metafoor. Ook al beweert Ricoeur dat de metafoor nooit restloos in een interpretatie opgaat, toch kan juist zo’n interpretatie de levende metafoor bedekken.

3. Derrida en usure

Met deze opmerkingen komen we bij Derrida’s verhandeling over de metafoor die in het teken staat van de term usure.9 Usure betekent slijtage of verbruik en woeker in de dubbele zin van woekerrente en woekering of wildgroei. Derrida wil met die term twee zaken aan de orde stellen. In de eerste plaats wijst hij op een bepaalde economie in de manier waarop de metafoor functioneert in de filosofie, maar hij verwijst hier eigenlijk ook naar een heel herkenbaar facet van de metafoor. Door een veelvuldig gebruik van de metafoor slijt het betekenisverrijkende karakter van de metafoor. Het veelvuldig gebruik van de metafoor leidt tot een verbruik van de metafoor.10

In de filosofie wordt dit verbruik echter niet als een verlies opgevat, omdat het gebruik van de metafoor in de filosofie met woekerrente wordt omgezet in betekeniswinst. De metafoor slijt tot een begrip. De filosofie eigent zich de zeggingskracht van de metafoor toe in het begrip. Deze twee-eenheid van slijtage en toeeigening is als een economische ruilhandel. De dood van de metafoor blijkt in de interpretatie met een significante winst omgezet te zijn in de levende betekenis van het begrip. Het filosofische begrip is het graf van de metafoor en de metafoor is de humus die de filosofische grond vruchtbaar maakt waardoor het begrip in de filosofische tekst uitgedrukt kan worden.

Maar dit complementaire spel van slijtage en woeker is niet alles. Dit brengt ons bij de tweede zaak die Derrida met usure wil uitdrukken. Niet alleen de filosofie woekert met de metafoor, maar de metafoor woekert zelf ook, is een wildgroei van betekenissen. Derrida noemt dit de supplementaire structuur van de metafoor: de metafoor roept steeds supplementen in het leven die haar uitleggen en haar vreemdheid verkleinen. Maar dit supplementaire veld, zo stelt Derrida, kent geen verzadiging.11 Er is geen complement dat de betekenisrijkdom van dit veld uitput. Dit lijkt erg op Ricoeurs beschrijving van de metafoor als esthetisch Idee. De metafoor vraagt om interpretatie en om supplementen, maar geen van deze supplementen kan het veld van betekenissen van de metafoor verzadigen.

x

Hi!
I'm Ella

Would you like to get such a paper? How about receiving a customized one?

Check it out